Abdi (18), gevlucht uit Somaliƫ

'Ik moest als kindsoldaat werken'

'Ik hielp in het restaurant van mijn ouders. Toen ik 13 jaar oud was, kwamen de strijders van Al-Shabaab. Ik moest als kindsoldaat voor hen komen werken, maar mijn vader weigerde me mee te geven.'

'Mijn vader wilde niet dat ik mensen zou vermoorden. Toen hij bleef weigeren, schoten ze hem midden in het restaurant dood. Hij lag op de grond, overal was bloed. Ik werd meegenomen en mijn gezicht werd bewerkt met messen. Samen met zes vrienden zat ik gevangen.

Gevlucht
Zodra we de kans kregen, zijn we ontsnapt. Tijdens de vlucht werden twee jongens doodgeschoten. Ik verstopte me tussen twee huizen en wachtte tot het donker werd. ’s Avonds heb ik een bewoonster gevraagd mijn moeder te bellen. Zij haalde me op en bracht me naar een oom in een andere stad. Vijf maanden lang heb ik me verscholen in een huis, terwijl de strijders mij zochten. Ze konden mij niet vinden, maar vonden wel mijn tweelingbroer. Hij werd beschoten omdat ze dachten dat ik het was.

Mijn moeder stuurde me naar een kennis in Kenia, maar ook daar was ik niet veilig. Ze heeft toen alles verkocht wat ze had, zodat ik kon vluchten. Een vreemde vrouw nam me mee naar het vliegveld. Ik had nog nooit een vliegtuig gezien. Ook had ik nog nooit witte mensen of blond haar gezien. 

Zorgen om mijn familie
Tijdens de reis was ik bang en eenzaam. Ik wist niet wat me te wachten stond en  miste mijn moeder heel erg. Ik ging naar Nederland, maar had geen idee waar dat lag. Ik wist niet eens dat ik in Afrika woonde.

Ik woon nu twee jaar in Nederland, maar het blijft moeilijk om een nieuw leven te beginnen. Ik droom veel over Afrika, over mijn vader en hoe hij is doodgegaan. Anne, mijn contactpersoon bij VluchtelingenWerk, helpt me bij de hereniging met mijn moeder. Ik ben veilig, maar maak me grote zorgen om haar. Pas als ik met haar samen ben, kan ik gelukkig zijn.'

Luister hier naar de radiospot:

Abdi radiospot